dinsdag 7 oktober 2014

BAGgerweek Camphusianum

BAGgerweek: Een enkeltje boerengat

De gehele derde klas van het Gymnasium Camphusianum ging voor een werkweek, ook wel BAGgerweek genoemd, naar een boerderij in Schoonrewoerd om zich meer te richten op de  praktische kanten van verschillende schoolvakken.

Vandaag licht ik één dagdeel uit: De kunstochtend

Waar rook is, is...
De opdracht was om 's ochtends verschillende schetsen te maken van de omgeving, die te maken hadden met één van de 4 elementen (lucht, aarde, water, vuur) 
's Middags zouden we met het vaste groepje wat aangehouden werd bij BAGger een schilderij maken waarin schetsen worden gecombineerd.

Karel Appel
De eerste schets die ik zou gaan tekenen was een appel.
We waren immers in een appelboomgaard, met veel bomen en een appelgeur. 
Daar rondlopen met een zware tas op je rug voelde door de omgeving en geur niet zo heel erg. Ik voelde me een globetrotter, ook al ijsbeerde ik slechts steeds over hetzelfde pad. 

Ik was daar dus aan het rondlopen (en de omgeving in me op aan het nemen, zoekend naar elk klein detail wat zou passen binnen de opdracht) en ik zag een pad van aarde, zeg maar gerust modder, langs appels en distels. 
Het uitzicht was prachtig. De Wiel als achtergrond, en een bruine loper naar beneden, omgeven door alles was Moeder Natuur te bieden had. Allerlei soorten appels hangend aan een blad en een paar die al naar beneden waren gevallen, in de zee van distels.
Maar zoveel tekenen valt vies tegen, dus focuste ik mij op een enkele appel met een paar bladeren eraan. 
Dat was simpeler. Appels was inmiddels de opdracht die we in de voorbereidende lessen moesten tekenen. Bladeren waren niet veel moeilijker.
Deze appel was natuurlijk niet dezelfde. Nee, deze had een vorm van een gezicht en iets op zijn schil wat iets van een sarcastisch lachje weghad.
Dat beviel mij wel en ik ging zitten. Gewoon zitten. Kijken. En zo ging de eerste potloodstreep over het papier. En nog een. En nog een. Ondertussen had ik nog steeds hetzelfde prachtige uitzicht, maar de appel hield me bezig. 

De bladeren om de appel heen, de verbinding met de andere appels. Het bijna menselijke gelaat van de vrucht. Alle theorie over slagschaduw en basisvormen gleden langzaam weg.
Ik tekende gewoon wat ik zag. Nee, wat ik waarnam. Wat ik observeerde. 
De helft van het "gezicht" was bedekt door een blad, waardoor de appel nog minder een appel werd.
Schaduw voor schaduw en streepje voor streepje kwam ik dichterbij het eindresultaat.
De distels onder de appel die ik later zou tekenen deden er nu niet toe. Hoeveel het er ook waren en hoeveel appels er ook waren en hoezeer de Wiel nog scheen door het takkenbos. 
Deze appel was het mooist van allemaal.

De waterdruppel van de zee
Na de appel tekende ik nog wat. Een distel, die aan mijn voeten lag.
Waar de appel nog menselijk leek en er geen systematiek in zat, was deze distel opgebouwd uit lagen. Het was een flat met op iedere etage een nieuwe bewoner met andere interesses, maar hetzelfde balkon. Deze ging wat sneller. De vormen gokte ik maar en diepte zat er weinig in, maar ik heb nog steeds net zoveel geobserveerd als bij de appel. De blaadjes en de zaden die erin zaten, de systematiek. Iedere etage kreeg zijn podium op mijn papier.
Het eindresultaat was zowel chaotisch als een geheel.
Een stekel was een stuk van een blaadje, een blaadje een stuk van een distel en een distel een stuk van een zee van distels, en ik tekende de waterdruppels. 
Dat gevoel. Dat je iets maakt en het proces ziet. Het waarnemen van de kleine dingen.
Dat is echt BAGger.